De mogelijke verwevenheid tussen de tabaks- en cannabisindustrie blijft politiek gevoelig. Op 25 augustus publiceerde het kabinet antwoorden op twee reeksen Kamervragen over de betrokkenheid van de tabaksindustrie bij het experiment gesloten coffeeshopketen.
Van Marlboro naar Nederlandse cannabis
Aanleiding was berichtgeving dat Philip Morris via een investering deels eigenaar is geworden van een grote teler die deelneemt aan het Nederlandse experiment. CDA-Kamerleden Harmen Krul en Tijs van den Brink stelden hierover in juni vragen aan het kabinet.
Ook ChristenUnie-Kamerlid Mirjam Bikker stelde vragen. De zorgen gaan verder dan alleen eigendom. Kamerleden willen weten of commerciële belangen uit de tabaksindustrie uiteindelijk invloed kunnen krijgen op cannabisbeleid, productontwikkeling of de verdere inrichting van de gereguleerde markt.
Telers worden gecontroleerd
Het kabinet wijst erop dat deelnemende telers aan voorwaarden moeten voldoen en onder toezicht staan van verschillende instanties, waaronder de NVWA en Inspectie Justitie en Veiligheid.
Ook speelt de Wet Bibob een rol. Een verandering in de aandeelhoudersstructuur kan aanleiding geven tot nader onderzoek. Bovendien worden aangewezen telers periodiek opnieuw aan een Bibob-onderzoek onderworpen.
Cannabis en tabak blijven gescheiden beleidsterreinen
De politieke discussie raakt aan een groter vraagstuk. Bij tabak probeert de overheid commerciële invloed op gezondheidsbeleid juist sterk te beperken. Kamerleden willen voorkomen dat grote tabaksbedrijven via investeringen in cannabis een nieuwe marktpositie opbouwen en later invloed krijgen op beleid.
Conclusie
Het Nederlandse wietexperiment was bedoeld om te onderzoeken of een gecontroleerde keten van teelt tot coffeeshop mogelijk is. De komst van kapitaalkrachtige spelers uit de tabakswereld voegt daar onverwacht een nieuwe discussie aan toe: wie mag straks verdienen aan legale cannabis en hoeveel invloed mogen die bedrijven krijgen?
Bron: tweedekamer.nl